On pindou, è vinåve dè tèneûs, a fêt l’ nom d’ on scriyeû.
Een gehangene in de leerlooierswijk heeft een schrijver beroemd gemaakt.
Georges Simenon, de wereldberoemde romanschrijver, is een kind van Luik, en meer bepaald van Outremeuse. Hij is zijn geboortestad en de wijk waar hij opgroeide nooit vergeten. Outremeuse vergeet hem ook niet. In de straten zijn talrijke verwijzingen naar „de man met de pijp“ te vinden: een borstbeeld, een toeristische route, muurschilderingen, straatnamen… Simenon is bijna overal! Hoewel hij ook andere romans heeft geschreven, waaronder ‘Pédigrée’, waarin de auteur over zijn jeugd vertelt, is Simenon vooral bekend om zijn commissaris Maigret, een fictief personage waarvan de bewerkingen en vertolkers niet meer te tellen zijn!
In „De Gehangene van Saint-Pholien“, één van de eerste „Maigret“-romans, liet Simenon zich inspireren door een nieuwsbericht dat hem had geraakt: de zelfmoord van Joseph Klein, die zich in 1922 aan de deur van de Saint-Pholienkerk had opgehangen. Net als Simenon had Klein deel uitgemaakt van de “Caque”, de naam voor een groep kunstenaars die bijeenkwam in een lokaal, gelegen op een steenworp van de Saint-Pholien-kerk. De overeenkomsten tussen dit nieuwsbericht en “Le Pendu de Saint-Pholien” zijn opvallend.
Door de grenzen tussen werkelijkheid en fictie te vervagen, toont Simenon zich een scherpzinnig observator van de menselijke natuur en wekt hij onze nieuwsgierigheid naar deze periode in zijn leven.