Tchin d’ tchèrète, martchande di makêye, li pwèrteûse d’ êwe vis rafristêye.
Trekhond, kwarkverkoopster, de waterdraagster verfrist u

Naar aanleiding van een verzoek van de jonge Dierenbescherming schonk barones Hortense Montefiore-Bischoffsheim tussen 1888 en 1891 een twintigtal drinkfonteinen aan de stad Luik. Omdat ze met de komst van het leidingwater hun nut verloren, raakten ze in verval en werden ze soms slachtoffer van vandalisme. In de jaren 1980 werden verschillende fonteinen gerestaureerd en weer in gebruik genomen. Tegenwoordig staan op al deze fonteinen beeldjes van waterdraagsters, gemaakt naar het ontwerp van Léopold Harzé. Het bijzondere aan deze fonteinen zijn de drinkbakken die voor dieren bestemd zijn. In een tijd waarin de auto nog in de kinderschoenen stond, waren karren en andere koetsen de heer en meester in de straten van de vurige stad. De volksklasse maakte daarentegen gebruik van honden om kleine karretjes te trekken. Onze viervoeters konden drinken uit de onderste drinkbak en de paarden uit de bovenste. Het lijkt erop dat het lot van de honden niet bepaald benijdenswaardig was, zoals blijkt uit de Waalse uitdrukking “Pôves nos-ôtes et lès tchins d’tchèrète” (Arme wij en de trekhonden van de karren). Historisch weetje: kort voor de Eerste Wereldoorlog werden honden ook door het Belgische leger ingezet om machinegeweren te trekken en “hondenmobiele” eenheden te vormen!